Wat ik wilde zeggen, en wat eruit kwam

In dit artikel

“In mijn hoofd was het een prachtig verhaal,” zei hij. “Logische opbouw, mooie cadans, een grappige terzijde halverwege, en een afsluiter waar je een prijs voor zou krijgen. Toen deed ik mijn mond open.”

Wat eruit kwam: “Ja. Eh. Dus. Nou.” Gevolgd door iets vaags, een zijpad, een grapje op precies het verkeerde moment. En daar stond hij, te zweten, met een rood hoofd, in een vergadering waar hij zich een week op had verheugd.

Hij vertelde het me tijdens ons eerste gesprek. Ik herkende elk woord.

Kees

Mijn client had iets gedaan wat ik nog nooit had bedacht: hij had zijn prefrontale cortex een naam gegeven. Kees. “Dan heb ik tenminste iemand om tegen te mopperen als hij weer eens een blokje om is.” Want dat is Kees nogal eens. Niet altijd, niet expres, maar wel vaak op de momenten dat hij hem het hardst nodig heeft.

Ik heb er zelf nooit een naam voor kunnen kiezen. Dat zegt waarschijnlijk meer over mijn eigen Kees dan ik wil toegeven: de afdeling beslissingen vragen om een beslissing te nemen, is een gevecht dat ‘ie zelden wint.

Het loket van je brein

Een hersenanatoom zou het netter zeggen, maar de prefrontale cortex zit achter je voorhoofd. Hij doet het regelwerk: plannen, prioriteren, je inhouden, kiezen wat je wel en niet zegt. Zie het als het loket tussen binnen en buiten. Alles wat je wilt zeggen moet daar langs, en daar wordt besloten wat mee mag, wat eerst gaat en wat achterblijft.

Bij een doorsnee brein is dat loket vrijwel altijd bemand. Er komt een idee binnen, de loketbeambte sorteert, knipt het rommeltje eruit, zet de hoofdzaak vooraan en geeft een keurig pakketje door aan de mond. Klaar.

Bij mijn client zit hetzelfde loket, met dezelfde balie en dezelfde stempels. Alleen is Kees wat vaker afwezig, en als hij er wel is, kijkt hij ondertussen naar de vogels die buiten het raam vliegen.

Je kunt Kees ook zien als de dirigent van een orkest. De rest van je brein, alles wat onthoudt, voelt, associeert, formuleert en grappen bedenkt, zijn de musici. Allemaal zeer bekwaam. Maar zonder dirigent speelt iedereen in zijn eigen tempo, valt de blazerssectie te vroeg in en zit de pauk ergens in een ander stuk. Elk afzonderlijk klinkt het prima. Samen klinkt het voor geen meter.

Dat is het verraderlijke aan zo’n brein: aan het talent ligt het niet. Het ligt aan de samenwerking.

Diep en aan de oppervlakte

Om te snappen waarom dat zoveel uitmaakt, moet je weten wat Kees eigenlijk doet.

Diep in ieder mens zit een wereldbeeld: een soort driedimensionaal bouwsel van wat je denkt, weet, voelt en aanneemt over hoe dingen in elkaar zitten. Als je iemand iets wilt uitleggen, bouw je daar in je hoofd een verhaal omheen. Dat verhaal is rijk, klopt voor jou, en zit vol nuance. Dat is de diepe laag.

Dan moet het naar buiten. En daar zit een verraderlijke vertaalslag, want taal is plat. Het verhaal in je hoofd is een maquette met deurtjes en raampjes; wat je er met woorden uit kunt halen is een tekening. Je moet kiezen: welke kant teken je, wat laat je weg, waar begin je? Daarbij gaan altijd dingen verloren, en sluipen er soms zelfs dingen in die je zo helemaal niet bedoelde. Voor jou klinkt het compleet, want jij hebt de maquette nog in je hoofd. De ander heeft alleen de tekening.

Dat geldt voor iedereen. En hier zit de kern van ADHD en communicatie: dat kiezen, wat eerst, wat mee, wat weg, is precies het werk van Kees. En Kees is wisselend aanwezig. Dan gaat het ruwweg op twee manieren mis: er komt te weinig uit, of alles.

De houtje-touwtje-vertaling

“Het is niet dat ik niks te zeggen heb,” legde mijn client uit. “Het is dat alles tegelijk naar buiten wil.”

Het mooie verhaal staat klaar, compleet en in één keer. Maar Kees is er niet om te bepalen wat er eerst door mag. Dus gebeurt wat er gebeurt als honderd mensen tegelijk door één deur willen: niemand komt erdoor. Wat eruit valt is een paar losse woorden, een onhandige zin, en bij hem vanbinnen de gedachte: had ik dit niet veel mooier in gedachten?

Ja, dat had hij. Maar er stond niemand bij de deur.

Het resultaat klinkt vlak, of stom, of allebei, terwijl er binnen een compleet orkest klaarzit. Alleen staat er niemand op de bok. En dat is het pijnlijke: de mensen om hem heen horen alleen dat eerste.

Het complete verhaal (sorry, sorry, sorry)

Soms loopt het precies andersom. Dan staat de deur wagenwijd open en gaat alles erdoorheen. Er wordt niets weggeknipt, want niemand beslist wat bijzaak is.

Hij vertelde over een verjaardag. Iemand vroeg hoe zijn vakantie was geweest. Hij begon bij waarom ze dit jaar niet naar Frankrijk waren gegaan, kwam langs de camper van zijn zwager, een discussie over tentharingen, een hond op de camping die elke ochtend zijn schoen meenam, en was tien minuten later nog steeds niet bij het antwoord. Zijn gesprekspartner was inmiddels een drankje gaan halen en stond geanimeerd te praten met iemand aan de bar.

“Het probleem is niet dat ik te veel weet,” zei hij. “Het is dat ik niks te veel vind.” Elk detail lijkt belangrijk genoeg om mee te nemen, omdat ze in zijn hoofd allemaal aan elkaar vastzitten. Dat is bij iedereen zo. Alleen is er bij hem niemand die zegt: dit hoeft niet. Een ja-of-nee-vraag, en hij levert er een proefschrift bij.

Twee totaal verschillende uitkomsten, één en dezelfde oorzaak: Kees is even weg.

En nu?

Ik had hem tips kunnen geven. Langzamer praten, eerst de hoofdzaak, dat werk. Maar tips van een ander zijn het eerste wat er sneuvelt als Kees weg is. Wat je zelf hebt bedacht, blijft beter hangen.

Dus vroeg ik vooral. Wanneer is Kees er wél? Wat is er dan anders? Wat merk je het eerst als hij vertrekt?

Hij kwam er zelf achter dat Kees vooral wegloopt als hij iets heel graag goed wil doen. Juist in die vergadering waar hij zich een week op had verheugd. En dat hij het vertrek vaak al voelt aankomen: hij begint te struikelen over zijn woorden, een zin neemt halverwege een andere afslag. Wat hij daarmee doet, heeft hij zelf uitgevogeld. Dat is van hem, en het werkt omdat het van hem is.

Het grootste verschil zat misschien niet eens in een techniek. Het gebeurt nog steeds, maar hij kan er nu om grinniken. “Kees was weer even weg,” zegt hij dan. En dan begint hij gewoon opnieuw.

Herken je jezelf in dit verhaal? Stel jezelf dan dezelfde vragen. Wanneer is jouw dirigent er wél? En wat merk je het eerst als hij de bok verlaat?

En verder

ADHD vraagt iets anders van je dan van mensen om je heen. Niet erger, wel anders. Het verhaal in je hoofd is echt zo mooi als je denkt, maar het is een maquette, en de ander krijgt altijd een tekening. Dat geldt voor iedereen; bij ons is het tekenen alleen wat wisselvalliger. Daar is geen pleister voor en geen formule. Wel manieren om er handiger mee om te gaan, en die vind je het best zelf. Met een beetje meer mildheid voor jezelf als het weer eens “Ja. Eh. Dus. Nou.” wordt.

Kees doet zijn best. Echt.

Peter Lammersma, coach bij KrijgGrip
Peter Lammersma

Ondernemer, IT’er en coach. Sinds 2017 weet ik dat mijn brein aan de ADHD-kant van het spectrum zit, en sindsdien kijk ik nieuwsgierig naar hoe hoofden werken. Bij KrijgGrip begeleid ik ondernemers die daar grip op willen krijgen.

Meer over mij →

Lees ook

Doen

Wat is accountability, en werkt het?

Iemand die vraagt of het gelukt is. Over een keukentafel, de sportschool en het verschil tussen een accountability partner en een accountability coach.

lees verder…

Doen

Vis geven, leren vissen, blijven vissen

Een probleem oplossen, ervan leren en volhouden. Los van elkaar heb je er weinig aan, samen werken ze. Over vissen, rijles en wat er in het midden zit.

lees verder…

In dit artikel

Klinkt dit bekend?

Een kennismaking duurt twintig tot dertig minuten, is kosteloos en kan online of telefonisch. Geen verkoopgesprek, wel een eerlijke verkenning.

Klaar om te ontdekken of het klikt?

Een kennismakingsgesprek duurt twintig tot dertig minuten en is kosteloos. Het is geen verkoopgesprek, wel een eerlijke verkenning of jouw vraag bij KrijgGrip past.